Bles DNA project

Hoe werkt het.

Een algemene uitleg over het Y chromosoom

Het Y-chromosoom in de genealogie
door Toon van Gestel, voorzitter van de Nederlandse Genealogische Vereniging
Van hun ouders erven mensen (zoals alle organismen) DNA. Dit DNA is verspreid over 23 paar chromosomen. Van elk van onze ouders hebben we namelijk een serie van 23 chromosomen geërfd. Aan elk van onze kinderen hebben we een serie doorgegeven, die een willekeurige mix is van chromosomen van vaders- en van moederskant. Daardoor weten we niet of en zo ja welk stukje DNA we van een bepaalde voorouder hebben geërfd.
Uitgangspunt is dat we steeds de helft van ons DNA van onze ouders erven.
Hierop zijn twee uitzonderingen:

1. Een kleine hoeveelheid DNA bevindt zich niet in de 23 paar chromosomen van de kern, maar daarbuiten in de zogenaamde mitochondriën. Deze mitochondriën bevinden zich al voor de bevruchting in de eicel en zijn dus altijd van de moeder afkomstig. Vergelijking van mitochondriaal DNA van verschillende personen levert dus informatie over de verwantschap in de vrouwelijke lijn. Toepassing van deze methode op personen uit de hele wereld heeft dan ook geleid tot de aanname van een gemeenschappelijke voormoeder, die rond 125.000 jaar geleden in Afrika woonde en 'Black Eve' is gedoopt. Van deze 'Zwarte Eva' stammen de zeven dochters van Europa af, waarover Bryan Sykes geschreven heeft.

2. De tweede uitzondering is het Y-chromosoom. Wie dit erft, is een man. Zonder mitochondriën kan niemand leven, maar zonder Y-chromosoom ben je een vrouw en die mist daar niets aan. Met Y-chromosomen kun je dus verwantschap in de mannelijke lijn aantonen, tot ver in de tijd voorbij die van schriftelijke bronnen. Want DNA is een archief dat we met ons meedragen en dat ook na onze dood nog geraadpleegd kan worden.

Doordat DNA uitzonderlijk klein en onzichtbaar is en doordat we er niet van jongsaf mee vertrouwd zijn geraakt, is het moeilijk er een voorstelling van te maken. DNA speelt in allerlei verbanden een rol, vaak in combinatie met vaktaal, waarvan we de betekenis niet altijd kunnen overzien. Het DNA vergelijken met iets dat we wel kennen, kan helpen bij het voorstellingsvermogen, zolang we ons er maar van bewust zijn, waar de vergelijking
opgaat en waar deze mank gaat. Hierbij een poging.

Vergelijken we het DNA met een bundel handschriften, dan is het Y-chromosoom een van 46 handschriften,waarover elke man beschikt. Het alfabet bestaat bij DNA niet uit 26 letters, maar slechts uit vier, afgekort tot: A, C, G en T. Dit zijn afkortingen van de vier verschillende bouwstenen, waaruit het DNA bestaat. Om de enorme hoeveelheid 'tekst' van ons DNA te beseffen, kunnen we ons voorstellen, dat we om de millimeter een letter plaatsen: dus 1000 op een meter; een miljoen op een kilometer en dit over een afstand van bijvoorbeeld Groningen naar Gibraltar en terug. De letters van de heenreis zouden dan kunnen bestaan uit de tekst die we van onze moeder geërfd hebben, die van de terugreis uit het vaderlijk aandeel. De terugreis kan dan iets korter zijn, doordat het Y-chromosoom tot de kleinste 'handschriften' behoort en overeenkomt met zeg een 75 kilometer tekst. Mitochondriaal DNA kan in deze vergelijking worden vergeleken met de 60 meter van de voordeur naar de autoparkeerplaats. Dat zijn nog altijd 60.000 tekens: het 20-voudige van wat u in deze bijdrage tot nu toe hier gelezen hebt.

Handschriften werden vroeger door nijvere monniken met de hand letterlijk overgeschreven. Zo wordt DNA door het mechanisme van onze (stam)cellen voorafgaande aan elke deling nauwgezet gekopieerd. Het Y-chromosoom van de zoon is dus een exacte kopie van dat van de vader. Maar zoals monniken van 'dewelcke' wel eens 'develcke' maakten; of van 'geërfd' 'verorven', na even ingedut te zijn een passage twee keer na elkaar
overschreven of een stukje vergaten; het niet konden laten zelf iets aan het verhaal toe te voegen of een vergeten alinea elders in te voegen; zo ontstaan ook in het DNA van tijd tot tijd nieuwe variaties. En zoals de volgende kopiist het werk van zijn voorganger weer letterlijk overschrijft, zo ook wordt de ingeslopen nieuwe variatie in het DNA exact gekopieerd en kan dus worden doorgegeven aan de zoon (niet elke nieuwe cel leidt
immers tot nageslacht!). Om de genealogie van oude handschriften vast te stellen (welk tekst is de oudste, welke is een kopie van een ander, wanneer is een bepaalde variatie het oorspronkelijke werk ingeslopen en van welke kopiist is een variatie
afkomstig?) worden deze met elkaar vergeleken.

Stel dat een drietal variaties als volgt voorkomen:
dewelcke/develcke; alinea 13 enkel/alinea 13 dubbel en pagina 21,22/pagina 22,21 (in omgekeerde volgorde).
Er zijn dan acht combinatiemogelijkheden. Als dan enkel de volgende vier voorkomen:
- A dewelcke/alinea 13 enkel/pagina 21,22;
- B develcke/alinea 13 enkel/pagina 21,22;
- C develcke/alinea 13 dubbel/pagina 21,22 en
- D develcke/alinea 13 enkel/pagina 22,21
en dus geen andere, dan valt uit deze combinaties af te leiden, dat A het oudste handschrift is; dat B daaruit ontstaan is en dat C en D elk afzonderlijk uit B zijn ontstaan. Vervolgens kunnen we een schatting maken, waar en wanneer die zijn ontstaan. Als in een DNA -tekst een passage bijvoorbeeld acht keer herhaald wordt, leidt dit niet tot wenkbrauwfronsen van een monnik en de passage wordt dus door het celmechanisme exact gekopieerd.

Variaties van het Y-chromosoom noemen we markers. In het project genetische genealogie worden 38 'markers' gebruikt.
De verschillende combinaties van markers A, B, C en D (etc.) noemen we dan Y-haplotypen. Dit haplotype geeft dus informatie over veranderingen in verschillende tijdperken en op verschillende plaatsen in het Y-chromosoom van onze verre voorouder en levert dus een route op vanuit Afrika naar de plek van de oudst bekende voorvader in de mannelijke stamreeks.

Onderlinge vergelijking maakt het ook mogelijk om een gemeenschappelijke voorvader uit te sluiten, dan wel als waarschijnlijk te bestempelen. Dit DNA-onderzoek is vooral ook geschikt om bij het ontbreken van schriftelijke bronnen aanwijzingen en veronderstellingen over een gemeenschappelijke voorvader in de mannelijke lijn uit te sluiten, dan wel te bevestigen. Daarbij denk ik aan een zelfde wapen, dezelfde achternaam, en bijvoorbeeld bij zonen van ongehuwde moeders aan nakomelingen in de mannelijke lijn van een vermoedelijke vader.


Tot slot: een oud handschrift is heel wat gemakkelijker dan het lezen van de volgorde der tekens van het Y-chromosoom. Dat gebeurt dan ook niet. Van elke 'marker' moet afzonderlijk worden vastgesteld welke vorm hij heeft.